Doorpakken nu

Al een paar jaar was ik van plan iets aan mijn conditie, uithoudingsvermogen, maatvoering en dergelijke te gaan doen, maar gelukkig vond ik steeds een excuus het niet te doen. Van mijn fysiotherapeute had ik ooit drie adressen van personal trainers gehad, want ik was ervan overtuigd, dat ik zonder die stok achter de deur zéker niet zou volharden en hoogstwaarschijnlijk zelfs nooit zou beginnen (en dat klopte dus ook…..). Maar het briefje met de namen en telefoonnummers lag, inmiddels verfrommeld en onleesbaar, tussen m’n sokken in de sporttas. Eind januari 2017 was om onverklaarbare redenen de maat vol en vroeg ik weer die drie namen van haar. Sterker dan ooit zou de meest passende trainer hebben.

Onder het motto “doorpakken nu” belde ik op een maandag zijn nummer. Ik kon de volgende dag al direct komen voor een intake; eerste afspraak voor trainen: de maandag daarna. Ik had Martijn bij de intake uitgelegd, dat ik een broertje dood heb aan grondoefeningen en een hekel aan goed bedoelde aanmoedigers aan de zijlijn (de “nog drie, nog twee, kom op je kan het, nog één” typetjes).

Ik ga ervoor, weer of geen weer

Inmiddels doe ik, na twintig zittingen, grondoefeningen (gelukkig is hij niet dat typetje geworden!), zonder klagen nog wel! Ik heb spieren op plekken waarvan ik niet wist dat er spieren zaten. Ik doe uitdagende oefeningen in de zaal van de sportzaal (dat ik daar ooit terecht gekomen ben doet m’n studievrienden in hun vuist gniffelen; ik maakte de vergelijkbare omgeving, waar zij vijfenveertig jaar geleden al gedreven aan hun conditie en gezondheid werkten, altijd belachelijk), ik druk dertig kilo, op mijn rug liggend, omhoog. Ik ga, weer of geen weer, op de meest onmogelijke tijden op de fiets naar mijn trainingsuur, néé, ik ga zelfs een half uur eerder. En: ik doe het nog met plezier ook, tot intense verbazing van m’n levensvriendin, die het in de afgelopen vijfendertig jaar maar opgegeven heeft mij naar sport te sleuren. Ik ben in de afgelopen tien weken zeven kilo lichter geworden en kan, zittend op de bank, zíen, hoe ik mijn veters dicht moet knopen en hoef dat niet meer op de tast te doen.

Stilzwijgende stimulatie, gestructureerde nonchalance, ingetogen uitbundigheid, dat alles zorgt er bij mij voor, dat ik de oefeningen inmiddels net tot voorbij het gaatje uitvoer, in plaats van ruim ervóór. En dat alles onder een heel persoonlijke babbel met diepgang waarbij mijn trainer zo af en toe ook open staat voor mijn expertise. Voor zover daar tenminste nog adem voor is! Want sinds kort vind ook ik, dat als je nog genoeg adem hebt om te zwetsen tijdens de oefeningen, je je niet voldoende hebt ingezet. Alles bij elkaar? Probeer ’t zélf maar eens! Ik gá voor mijn misschien wel te hoog gegrepen einddoel, dat volgens Martijn haalbaar is. Haal ik het desondanks niet, dan lag dat niet aan zijn inzet!

 

— Tom